Wie wil weten waar een woord zijn gewicht heeft, moet het laten ontsnappen. Roep het na over het grasveld: caTAAAAlogus, hier. MOOOOlenwiek, kom. Niemand heeft je dat geleerd. Je stem weet het al: waar een woord het langst blijft hangen als het van je wegrent. Een onderzoeker schreef het op. Een Engelse vloek kruipt het woord in, één tel vóór het zwaarste stuk. Kanga-fucking-roo. Nooit eerder, nooit erna. Iemand luisterde door. Ons focking, schreef ze, komt geen woord binnen. Het blijft in de deuropening staan, vlak voor wat ertoe doet. Hij keek naar de focking radio. Hij focking keek. puntKOOOOMma. Ook dat woord rende weg. Een komma, zeiden we nog. Geen punt. Nu sta ik aan de rand van het veld. Ik weet waar het gewicht ligt. Ik weet waar de vloek moet staan. Hij EEEEcho't tussen het taalgeweld. Ik focking mis je PauLIIIIEN.
MttS
Toelichting
Taalliefhebber Paulien Cornelisse overleed op 30 september 2026. Dit gedicht gebruikt wat zij naliet: de taalobservatie. Bij de hondjesregel roep je een woord na alsof het een ontsnapt hondje is; de lettergreep die je rekt, draagt de klemtoon. En de vloektussenvoeging: in het Engels kruipt de vloek het woord binnen, precies één lettergreep vóór de hoofdklemtoon (kanga-fucking-roo).
Taalkundige John McCarthy beschreef het verschijnsel in 1982, Steven Pinker maakte het beroemd. Cornelisse hoorde dat ons 'focking' dat nooit doet: het blijft vóór het zinsdeel staan, in de deuropening. Geschreven op 1 oktober 2026.