schrijfwerkplaats

TrioletTuinhuis

acht regels, twee rijmklanken, twee regels die niet weggaan.

Aanloop Inspiratie Drukschrijven Pauze Revisie Polijsten Performance
Het triolet — vorm, werking en schema

Het triolet is een achtregelig gedicht uit de Franse middeleeuwen. Compacter bestaat bijna niet: slechts twee rijmklanken, en van de acht regels zijn er drie hetzelfde als de eerste, en twee hetzelfde als de tweede. Vijf unieke regels zijn alles wat je hebt.

De kracht zit in de herhaling. Door de tussenliggende regels laad je de terugkerende regels telkens anders. Wat in regel 1 nog een observatie was, kan in regel 7 als conclusie klinken — zonder dat er één letter veranderd is.

Rijmschema: A B a A a b A B

1. A — eerste refreinregel
2. B — tweede refreinregel
3. a — rijmt op A
4. A — herhaling van regel 1
5. a — rijmt op A
6. b — rijmt op B
7. A — herhaling van regel 1
8. B — herhaling van regel 2

Hoofdletters = letterlijke herhaling. Kleine letters = nieuwe regels op dezelfde rijmklank. Door de drie herhalingen van A en de twee van B telt het triolet effectief vijf unieke regels.

Regellengte: klassiek acht of tien lettergrepen, jambisch. Maar de taal trekt zijn eigen maat — gebruik de syllabentelling als maatstaf, niet als dwang.

Demonstratiefragment (eigen voorbeeld, demonstratief boven literair bedoeld):

1.Het licht valt schuin op het tuinhuis. 2.Een raam staat open, zonder ruit. 3.De schaduwen zijn langzaam thuis. 4.Het licht valt schuin op het tuinhuis. 5.Het stof danst op de drempel thuis. 6.De dag vergaat maar geeft geen kruit. 7.Het licht valt schuin op het tuinhuis. 8.Een raam staat open, zonder ruit.
demonstratiefragment

refreinen ongewijzigd rijm ongecontroleerd maat: vrij