De blason — een catalogus van lof
De blason is een gedichtvorm uit de Franse renaissance: een strofische catalogus waarin elk onderdeel van een persoon, object of plek afzonderlijk geprezen wordt. Niet het geheel, maar de delen zijn het onderwerp — het oog, de hand, de stem, elk in een eigen strofe met een eigen kleine kop.
Oorsprong en traditie
De vorm ontstond in 1535 toen Clément Marot een gedicht schreef over één lichaamsdeel. Het werd het begin van een concours de blasons: dichters aan het Franse hof verdeelden lichaamsdelen onder elkaar en wedijverden in lof. Maurice Scève, Joachim du Bellay en anderen deden mee. De tegenhanger, de contre-blason, draait de toon om: in plaats van lof klinkt ironie of kritiek. Shakespeares Sonnet 130 is de beroemdste condensatie van die variant — hij prijst zijn geliefde door eerst uitgebreid te vertellen wat ze níét heeft.
De blason is breder toepasbaar dan zijn erotische oorsprong suggereert. Een gebouw kan blason-gewijs beschreven worden (gevel, deur, raam, dak), een ambacht (gereedschap, materiaal, gebaar, stilte), een stad (straat voor straat). De catalogus is even rijk als de blik die hem maakt.
Strofevorm
De gebruiker kiest bij de start een strofevorm en houdt die door het hele gedicht aan. Klassiek gebruikte men coupletten (paarrijm aa bb) of kwatrijnen met gekruist (abab) of omarmend rijm (abba). Distichons (twee regels, paarrijm) geven een bondig, gestoken effect. Regellengte is vrij; acht of tien lettergrepen waren klassieke normen, maar de vorm legt niets vast.
Demonstratiefragment
O plataan, wiens bast het zicht verscheurt, die schaduwen op kinderhoofd legt neer, wiens blad in herfst niet treurt om wat hij treurt maar valt en dwarrelt, altijd steeds opnieuw en meer.
O toren, die de uren wijst en telt, gebouwd van steen die ouder is dan naam, die klok op klok laat slaan en bevelt dat elke dag opnieuw de morgen klaar en bekwaam.
Demonstratiefragment — geen attributie.
Contre-blason
Schakel de modus-toggle naar contre-blason om de toon te kantelen van lof naar ironie of kritiek. De structuur blijft identiek — dezelfde onderdelen, dezelfde strofevorm, dezelfde catalogus — alleen de toon is omgekeerd. Shakespeare's Sonnet 130 staat model: hij vergelijkt zijn geliefde met de zon, koraal, sneeuw, en rozen — en keert elke vergelijking om. De schoonheid zit in de eerlijkheid.
Welke onderdelen ga je prijzen?
Noem minstens drie onderdelen. Per onderdeel verschijnt een strofe in je gedicht. Je kunt onderdelen later toevoegen, verwijderen of herordenen.
Voeg minstens drie onderdelen toe om te beginnen.